1. Hoeveel zonnepanelen heb je nodig in Belgie?
Hoeveel zonnepanelen je nodig hebt, bepaal je met twee delingen op je jaarverbruik in kWh. Een gezin met een jaarverbruik van 3.500 kWh komt uit op 3,9 kWp en dus op 9 panelen van 450 Wp. Een alleenwonende met 1.800 kWh heeft er 5 nodig, een gezin met een warmtepomp en een elektrische wagen al snel 20 of meer. Het aantal volgt dus niet uit je gezinsgrootte, maar uit je meterstanden.
De berekening in drie stappen
De drie stappen van de berekening zijn hieronder opgesomd, met de aannames die erachter zitten.
- Neem je werkelijke elektriciteitsverbruik over twaalf maanden, in kWh, van je afrekening of uit het klantenportaal van je netbeheerder.
- Deel dat verbruik door 900. Dat is de jaaropbrengst per kWp die een dak in Vlaanderen zonder uitgesproken schaduw haalt. Het resultaat is je benodigde vermogen in kWp.
- Deel dat vermogen door het vermogen van een paneel. Bij panelen van 450 Wp deel je door 0,45. Rond het resultaat naar boven af tot een heel paneel.
Voor 3.500 kWh geeft stap twee 3,89 kWp en stap drie 8,64 panelen, afgerond 9. Die 9 panelen produceren samen 3.645 kWh per jaar, iets meer dan je verbruik. Wil je zelf verder rekenen met andere paneelvermogens en orientaties, lees dan hoe je de jaaropbrengst van je installatie berekent.
Waarom 900 kWh per kWp de eerlijkste aanname is
De jaaropbrengst per kWp ligt in Vlaanderen tussen 850 en 1.000 kWh, afhankelijk van orientatie, hellingshoek, schaduw en de kwaliteit van de omvormer. Een zuidgericht dak op 35 graden zonder schaduw zit aan de bovenkant van die bandbreedte, een oost-westopstelling of een dak met een schoorsteenschaduw aan de onderkant.
De keuze voor 900 is niet willekeurig. In de tabel van Fluvius met benodigd vermogen staat 2,2 kWp bij 2.000 kWh en 7 kWp bij 6.000 kWh. Deel je die getallen op elkaar, dan rekent de netbeheerder impliciet met 857 tot 909 kWh per kWp. Wie 1.000 kWh per kWp gebruikt, kopieert doorgaans een Nederlandse bron en komt structureel op te weinig panelen uit.
2. Aantal zonnepanelen per jaarverbruik in kWh
Het aantal zonnepanelen per jaarverbruik loopt van 5 panelen bij 2.000 kWh tot 30 panelen bij 12.000 kWh. De tabel hieronder rekent consequent met 900 kWh per kWp, panelen van 450 Wp en een paneeloppervlak van 2 vierkante meter, en rondt het aantal panelen naar boven af. Het dakoppervlak is de netto paneeloppervlakte, zonder randafstand en zonder obstakels.
| Jaarverbruik | Benodigd vermogen | Aantal panelen van 450 Wp | Netto dakoppervlak | Productie per jaar |
|---|---|---|---|---|
| 2.000 kWh | 2,2 kWp | 5 panelen | 10 m2 | 2.025 kWh |
| 2.500 kWh | 2,8 kWp | 7 panelen | 14 m2 | 2.835 kWh |
| 3.000 kWh | 3,3 kWp | 8 panelen | 16 m2 | 3.240 kWh |
| 3.500 kWh | 3,9 kWp | 9 panelen | 18 m2 | 3.645 kWh |
| 4.000 kWh | 4,4 kWp | 10 panelen | 20 m2 | 4.050 kWh |
| 5.000 kWh | 5,6 kWp | 13 panelen | 26 m2 | 5.265 kWh |
| 6.000 kWh | 6,7 kWp | 15 panelen | 30 m2 | 6.075 kWh |
| 8.000 kWh | 8,9 kWp | 20 panelen | 40 m2 | 8.100 kWh |
| 10.000 kWh | 11,1 kWp | 25 panelen | 50 m2 | 10.125 kWh |
| 12.000 kWh | 13,3 kWp | 30 panelen | 60 m2 | 12.150 kWh |
Vanaf ongeveer 5.000 kWh loop je tegen een tweede grens aan die niets met je dak te maken heeft. Een monofasige aansluiting laat maar 5 kVA omvormervermogen toe, en 15 panelen van 450 Wp vragen meer dan een omvormer van 5 kVA redelijkerwijs kan dragen. Sectie 6 werkt die grens uit.

Waarom de tabel van Fluvius meer panelen noemt
De tabel van Fluvius zet bij 2.000 kWh acht panelen en bij 6.000 kWh zesentwintig panelen. Dat lijkt tegenstrijdig met de tabel hierboven, maar dat is het niet. Deel je bij Fluvius het vermogen door het aantal panelen, dan kom je uit op ongeveer 270 Wp per paneel. Dat was het gangbare paneelvermogen toen die tabel werd opgesteld.
De kolom met het benodigde vermogen in kWp klopt bij Fluvius dus nog perfect. De kolommen met het aantal panelen en het aantal vierkante meter zijn verouderd, omdat een paneel van 450 Wp anderhalf keer zoveel levert als een paneel van 270 Wp op nagenoeg dezelfde oppervlakte. Vergelijk offertes daarom altijd op kWp, nooit op het aantal panelen. Wie zijn verbruik nog kan drukken voor hij bestelt, kan met minder panelen toe: bekijk daarvoor hoe je je elektriciteitsverbruik verlaagt.
3. Hoeveel zonnepanelen per gezinsgrootte?
Het aantal zonnepanelen per gezinsgrootte loopt van 4 panelen voor een alleenwonende tot ruim 20 panelen voor een gezin met een warmtepomp en een elektrische wagen. Gezinsgrootte is daarbij een zwakke voorspeller: twee gezinnen van vier personen kunnen 2.400 en 4.600 kWh verbruiken, afhankelijk van of ze elektrisch koken, elektrisch water opwarmen en of er iemand thuis werkt.
| Profiel | Geschat jaarverbruik | Panelen van 450 Wp | Vermogen |
|---|---|---|---|
| Alleenwonend, appartement | 1.500 tot 2.000 kWh | 4 tot 5 panelen | 1,8 tot 2,3 kWp |
| Koppel zonder kinderen | 2.000 tot 2.700 kWh | 5 tot 7 panelen | 2,3 tot 3,2 kWp |
| Gezin van 3 of 4, verwarming op gas | 3.000 tot 3.500 kWh | 8 tot 9 panelen | 3,6 tot 4,1 kWp |
| Gezin van 4, elektrisch koken en boiler | 4.000 tot 4.500 kWh | 10 tot 11 panelen | 4,5 tot 5,0 kWp |
| Gezin met warmtepomp | 5.500 tot 6.500 kWh | 14 tot 16 panelen | 6,3 tot 7,2 kWp |
| Gezin met warmtepomp en elektrische wagen | 8.000 tot 9.500 kWh | 20 tot 24 panelen | 9,0 tot 10,8 kWp |
Gebruik deze tabel om je eigen cijfer te toetsen, niet om het te vervangen. Wijkt je factuur meer dan tien procent af van het profiel dat bij je past, volg dan je factuur.
Gezin van 4 personen: 3.500 kWh of toch minder?
Een gezin van vier personen wordt in vrijwel elke rekentool op 3.500 kWh gezet. Dat getal komt van de federale regulator en van Eurostat, die 3.500 kWh hanteren als standaardverbruik om leverancierstarieven op dezelfde basis te vergelijken. Het is een rekenconventie, geen meting.
De gemeten cijfers liggen lager. Een gemiddeld Vlaams huishouden nam in 2024 ongeveer 2.662 kWh elektriciteit van het net af, tegenover 3.561 kWh in 2014. Die daling komt deels doordat toestellen zuiniger werden en deels doordat gezinnen met zonnepanelen een groot deel van hun verbruik niet meer van het net halen, waardoor het gemiddelde van de netafname zakt zonder dat het echte verbruik evenveel daalde.
Voor jouw berekening telt maar een getal: wat jij afneemt. Op de digitale meter staan de standen voor afname en injectie apart; in het klantenportaal van je netbeheerder vind je je verbruik per maand. Twijfel je over de standen, lees dan hoe je de digitale meter uitleest voordat je een installateur belt.
4. Waarom je sinds 2026 anders dimensioneert dan vroeger
Sinds 2026 dimensioneer je op je zelfverbruik in plaats van op je jaartotaal, omdat de vergoeding voor een negatief saldo op 1 april 2026 verdween. Wie voor die datum een digitale meter kreeg, zag zijn overschot van de terugdraaiende teller nog verrekend. Vanaf 1 april 2026 wordt een negatief saldo niet meer vergoed en ook niet meer overgezet naar de digitale meter.
Daarmee valt de laatste reden weg om je dak vol te leggen. Vroeger kon een kWh die je in juni injecteerde in december terugkomen als een kWh die je gratis afnam. Die brug bestaat niet meer. Een geinjecteerde kWh levert nu enkel nog de injectievergoeding op die je leverancier betaalt.
Wat een kWh waard is, afhankelijk van waar hij naartoe gaat
De waarde van een opgewekte kWh hangt volledig af van zijn bestemming. De tabel zet de vier bestemmingen naast elkaar, met de prijzen die in de zomer van 2026 golden.
| Bestemming van de kWh | Waarde per kWh | Toelichting |
|---|---|---|
| Meteen zelf verbruikt | ongeveer 0,30 euro | Je vermijdt de volledige afnameprijs, inclusief netkosten, heffingen en btw. |
| Opgeslagen in een thuisbatterij | ongeveer 0,27 euro | Dezelfde vermeden afnameprijs, min ongeveer tien procent verlies bij laden en ontladen. |
| Geinjecteerd op het net | 0,008 tot 0,083 euro | De injectietarieven in Vlaanderen lagen in augustus 2026 tussen 0,8 en 8,3 cent, met een marktgemiddelde rond 4,4 cent. |
| Geinjecteerd tegen een negatief saldo | vervallen | Deze route bestond tot en met 31 maart 2026 en levert sindsdien niets meer op. |
Bij een afnameprijs rond 30 cent en een marktgemiddeld injectietarief rond 4,4 cent is een zelf verbruikte kWh ongeveer zeven keer meer waard dan een geinjecteerde. Welke leverancier welk tarief betaalt, verschilt sterk; vergelijk daarom de terugleververgoeding per leverancier voor je een contract vastlegt.
Wat het tiende paneel nog opbrengt
Neem het gezin van 3.500 kWh met 9 panelen. Die installatie produceert 3.645 kWh per jaar. Zonder batterij verbruikt een Vlaams gezin ongeveer dertig procent van zijn productie meteen zelf, dus 1.094 kWh; de resterende 2.551 kWh gaat naar het net. Bij 0,35 euro vermeden afname en 0,044 euro injectie levert dat samen ongeveer 495 euro per jaar op, oftewel 55 euro per paneel.
Leg je er vier panelen bij, dan produceer je 1.620 kWh extra. Je gezin verbruikt daardoor geen watt meer. Die extra kWh komen bovendien allemaal binnen op het moment dat je al overschot had, rond het middaguur in de zomer. Reken daarom niet met dertig procent zelfverbruik op die extra productie, maar met hooguit tien procent. Dat is een aanname, geen meting, en ze kan hoger uitvallen als je een boiler of een wagen naar de middag verschuift.
Met die aanname leveren de vier extra panelen ongeveer 121 euro per jaar op, dus ongeveer 30 euro per paneel. Dat is bijna de helft van wat een paneel binnen je verbruik opbrengt. Bij ongeveer 500 euro per extra paneel inclusief plaatsing duurt de terugverdientijd van zo een paneel al gauw meer dan vijftien jaar. Het capaciteitstarief verandert daar niets aan, want het capaciteitstarief kijkt enkel naar je afnamepiek en injectie telt niet mee voor je kwartierpiek.
5. Hoeveel dakoppervlak heb je nodig?
Voor 9 panelen van 450 Wp heb je ongeveer 18 vierkante meter netto paneeloppervlak nodig, voor 15 panelen ongeveer 30 vierkante meter. Een paneel van 400 tot 450 Wp meet doorgaans 1,76 bij 1,13 meter, wat neerkomt op 1,99 vierkante meter. Reken in de praktijk op wat meer bruto dak, omdat je afstand tot de dakrand houdt en rond dakramen, schoorstenen en ontluchtingen moet werken.
Van dakafmetingen naar rijen panelen
Het bruto oppervlak zegt minder dan de afmetingen. Neem een dakvlak van 8 meter breed en 4 meter schuine lengte, samen 32 vierkante meter. Plaats je de panelen staand, dan passen er twee rijen van 1,76 meter boven elkaar en zeven panelen naast elkaar per rij, dus 14 panelen of 6,3 kWp.
Plaats je dezelfde panelen liggend, dan passen er drie rijen van 1,13 meter en vier panelen per rij, dus 12 panelen of 5,4 kWp. Op exact hetzelfde dak scheelt de orientatie van de panelen dus twee panelen. Vraag een installateur daarom altijd een dakindeling met het aantal rijen, niet enkel een aantal.
Wil je vooraf weten hoeveel bruikbaar dakvlak je hebt en hoeveel zoninstraling het krijgt, raadpleeg dan de Zonnekaart van Vlaanderen. Die kaart beoordeelt elk dakvlak apart en geeft aan welk deel meer dan 800 kWh zoninstraling per vierkante meter per jaar krijgt.
6. Hoeveel zonnepanelen mag je plaatsen?
Hoeveel zonnepanelen je mag plaatsen, wordt niet begrensd door het aantal panelen maar door het vermogen van je omvormer en het type aansluiting. Op een monofasige aansluiting mag het totale omvormervermogen volgens Fluvius maximaal 5 kVA bedragen. Op een driefasige aansluiting kan je tot 25 kVA zonder voorafgaande netstudie; boven 25 kVA is een netstudie verplicht en boven 30 kVA komt er een netontkoppelbeveiliging bij.
Wat 5 kVA betekent in panelen
Een omvormer van 5 kVA hoeft niet exact evenveel paneelvermogen te krijgen. Installateurs overdimensioneren het gelijkstroomvermogen bewust met tien tot twintig procent, omdat panelen hun piekvermogen in Belgie zelden halen. Vijf kVA komt daardoor overeen met ongeveer 5,5 tot 6 kWp aan panelen, oftewel 12 tot 13 panelen van 450 Wp.
Verbruik je meer dan ongeveer 5.000 kWh per jaar, dan botst je installatie dus op je aansluiting nog voor ze op je dak botst. Een driefasige aansluiting laten plaatsen kost geld en tijd, en dat hoort in je afweging te zitten voordat je een offerte tekent. Batterij-omvormers die alleen opslag bedienen, tellen volgens Fluvius niet mee in die 5 kVA.
Heb je een vergunning nodig voor zonnepanelen?
Voor zonnepanelen op een dak is in Vlaanderen doorgaans geen omgevingsvergunning nodig, zolang de panelen in hetzelfde vlak als het dak liggen en de woning niet beschermd is. Voor beschermd erfgoed, voor panelen op een plat dak in bepaalde beschermde zichten en voor grondopstellingen gelden wel regels. Vraag dat na bij je gemeente voordat je bestelt, want een weigering achteraf verandert je hele dakindeling.
7. Warmtepomp, laadpaal en airco: hoeveel panelen komen erbij?
Een warmtepomp, een laadpaal en een airco verhogen je jaarverbruik met respectievelijk ongeveer 3.000, 2.550 en 300 kWh, en dus met ongeveer 7, 6 en 1 paneel op jaarbasis. Die aantallen zijn het antwoord op de rekensom, maar niet noodzakelijk het juiste advies, want het moment waarop een toestel verbruikt weegt sinds 2026 zwaarder dan het volume.
| Extra verbruiker | Aanname | Extra verbruik per jaar | Extra panelen | Valt het verbruik samen met de zonuren? |
|---|---|---|---|---|
| Lucht-water warmtepomp | 10.000 kWh warmtevraag, SCOP 3,3 | ongeveer 3.030 kWh | 7 panelen | Nauwelijks: de piek ligt in december en januari |
| Elektrische wagen | 15.000 km aan 17 kWh per 100 km | ongeveer 2.550 kWh | 6 panelen | Deels, alleen bij laden overdag of in het weekend |
| Warmtepompboiler | 2.500 kWh warmtevraag, COP 3 | ongeveer 830 kWh | 2 panelen | Grotendeels, want je kan de opwarming naar de middag zetten |
| Split-airco die koelt | 0,6 kW opgenomen vermogen, 500 draaiuren | ongeveer 300 kWh | 1 paneel | Volledig: koelvraag en zonnepiek vallen samen |
Waarom een laadpaal beter dimensioneert dan een warmtepomp
Een warmtepomp en zonnepanelen passen slecht bij elkaar op het niveau van de kalender. Je panelen halen in juni 13 tot 18 procent van hun jaaropbrengst en in december amper 2 tot 3 procent. Je warmtepomp doet precies het omgekeerde. Zeven panelen bijleggen voor een warmtepomp betekent in de praktijk dat je in de zomer zeven panelen extra injecteert en in de winter alsnog van het net koopt.
Bij een laadpaal ligt dat anders. Laad je thuis en werk je geregeld van huis uit, dan kan je een groot deel van die 2.550 kWh in de middaguren leggen. Dan werken de zes extra panelen wel. Weeg dat mee wanneer je de prijs van een laadpaal bekijkt, want een sturing die op zonneoverschot laadt, is bij dit tarievenstelsel meer waard dan een sneller laadvermogen.
Overweeg je verwarming op stroom, ga dan eerst na of een lucht-water warmtepomp bij je woning past. Voor koeling geldt het omgekeerde verhaal: een airco die ook verwarmt draait in juli en augustus, precies wanneer je panelen op hun best zijn, en verhoogt je zelfverbruik zonder extra panelen.
8. Wanneer een thuisbatterij het aantal panelen verandert
Een thuisbatterij verhoogt je zelfverbruik van ongeveer dertig procent naar ongeveer zeventig procent, en verandert daarmee het antwoord op deze pagina. Panelen die zonder batterij hun productie vooral injecteren, verkopen met een batterij een groot deel van diezelfde kWh aan jezelf tegen de afnameprijs. Het punt waarop een extra paneel niet meer loont, schuift daardoor naar boven.
De batterij lost het seizoensprobleem echter niet op. Een thuisbatterij verschuift stroom van de middag naar de avond, over een tijdspanne van uren. Ze verschuift geen stroom van juni naar december. Voor een warmtepomp verandert een batterij dus weinig aan de rekensom; voor je avondverbruik verandert ze veel.
Als vuistregel houdt de sector een verhouding aan van 1 tot 1,5 kWh batterijcapaciteit per kWp aan panelen. Bij 4 kWp komt dat neer op 4 tot 6 kWh. Reken die verhouding na op je eigen dagcurve voor je bestelt; lees daarvoor hoe je de juiste capaciteit voor een thuisbatterij bepaalt. Wie panelen en opslag samen plant, kan beter meteen een thuisbatterij en omvormer op elkaar afstemmen dan achteraf een tweede omvormer bij te plaatsen.
9. Zo toets je het voorstel van een installateur
Een voorstel van een installateur toets je op de aannames, niet op het eindbedrag. Twee offertes met hetzelfde aantal panelen kunnen honderden euro per jaar uit elkaar liggen omdat de ene met 1.000 kWh per kWp rekent en de andere met 850. De acht punten hieronder halen die verschillen boven.

Onze offertecheck bij dimensionering: loop deze punten af voordat je tekent.
- Vertrekt de simulatie van je werkelijke afname over twaalf maanden, of van een standaardverbruik van 3.500 kWh?
- Welke jaaropbrengst per kWp gebruikt de simulatie, en past die bij de orientatie en de schaduw van jouw dak?
- Staat het paneelvermogen in Wp en het totale vermogen in kWp vermeld, zodat je op kWp kan vergelijken?
- Blijft het totale omvormervermogen onder 5 kVA bij een monofasige aansluiting?
- Welke zelfverbruiksgraad neemt de simulatie aan, en waarop is dat percentage gebaseerd?
- Rekent de simulatie nog met saldering of met een terugdraaiende teller? Dat klopt sinds 1 april 2026 niet meer.
- Staat de opbrengst uit injectie apart van de vermeden aankoop, met het gehanteerde injectietarief erbij?
- Zit er een dakindeling bij met het aantal rijen, de plaatsing rond obstakels en de gekozen orientatie van de panelen?
Vergelijk pas daarna de bedragen. Wat een installatie per grootte kost, staat op onze pagina met de richtprijzen per installatiegrootte, en welke steun er nog loopt lees je bij de premies voor zonnepanelen. De retroactieve investeringspremie sloot op 31 december 2025 en speelt in nieuwe berekeningen dus geen rol meer.
10. Zes fouten bij het bepalen van het aantal panelen
De fouten die het vaakst tot een verkeerd aantal panelen leiden, zijn hieronder opgesomd. Ze komen alle zes voor in offertes en in online rekentools, en ze duwen het aantal panelen bijna altijd omhoog.
- Rekenen met 3.500 kWh terwijl je factuur 2.700 kWh zegt. Dat verschil is drie panelen die je vervolgens vooral injecteert.
- Een jaaropbrengst van 1.000 kWh per kWp aannemen. Die waarde hoort bij een perfect zuidgericht dak zonder schaduw, niet bij een gemiddeld Vlaams dak.
- Een Nederlandse berekening overnemen. Nederlandse pagina's rekenen met een andere instraling en met de Nederlandse salderingsregeling, die in Vlaanderen niet bestaat.
- Panelen bijleggen voor een warmtepomp zonder naar de kalender te kijken. De warmtevraag piekt wanneer de productie op haar laagste punt staat.
- De grens van 5 kVA op een monofasige aansluiting vergeten. Die grens bepaalt vaak het maximum, niet je dakoppervlak.
- Het dak volleggen omdat een extra paneel maar een paar honderd euro kost. Zonder batterij of extra dagverbruik verdient dat paneel zichzelf pas na vijftien jaar terug.
Het juiste aantal panelen is dus het aantal dat je eigen verbruikspatroon dekt, niet het aantal dat op je dak past. Reken die twee altijd apart uit en neem het laagste van beide als vertrekpunt voor je offertes. De volledige context vind je in de hoofdgids over zonnepanelen.
Veelgestelde vragen
Hoeveel zonnepanelen heb ik nodig voor 3.500 kWh?
Voor 3.500 kWh per jaar heb je ongeveer 3,9 kWp nodig, oftewel 9 panelen van 450 Wp op ongeveer 18 vierkante meter dak. Die 9 panelen produceren samen ongeveer 3.645 kWh per jaar, gerekend aan 900 kWh per kWp.
Hoeveel zonnepanelen heb ik nodig voor 6.000 kWh?
Voor 6.000 kWh per jaar reken je op 6,7 kWp, dus 15 panelen van 450 Wp en ongeveer 30 vierkante meter dak. Let op je aansluiting: 15 panelen passen niet meer onder de grens van 5 kVA die voor een monofasige aansluiting geldt.
Hoeveel zonnepanelen heb ik nodig voor 2 personen?
Een koppel zonder kinderen verbruikt doorgaans 2.000 tot 2.700 kWh per jaar en komt daarmee uit op 5 tot 7 panelen van 450 Wp. Controleer altijd je eigen afname over twaalf maanden, want elektrisch koken of een boiler verschuift dat aantal snel.
Hebben 5 zonnepanelen nog zin?
Vijf panelen van 450 Wp leveren ongeveer 2.025 kWh per jaar en dekken daarmee het verbruik van een klein huishouden. Zolang je die stroom overdag zelf verbruikt, blijft de opbrengst per paneel hoger dan bij een grotere installatie die vooral injecteert.
Hoeveel kWh leveren 7 zonnepanelen per jaar?
Zeven panelen van 450 Wp vormen samen 3,15 kWp en leveren aan 900 kWh per kWp ongeveer 2.835 kWh per jaar. Op een zuidgericht dak zonder schaduw kan dat oplopen tot ruim 3.100 kWh, bij schaduw of oost-west zakt het richting 2.680 kWh.
Hoeveel vierkante meter dak heb ik nodig voor 10 zonnepanelen?
Tien panelen van 450 Wp vragen ongeveer 20 vierkante meter netto paneeloppervlak, want een paneel meet 1,76 bij 1,13 meter. Reken op een groter bruto dakvlak, omdat je randafstand houdt en rond dakramen en schoorstenen moet werken.
Hoeveel zonnepanelen mag ik maximaal plaatsen op een monofasige aansluiting?
Op een monofasige aansluiting mag het totale omvormervermogen volgens Fluvius maximaal 5 kVA bedragen. Met de gangbare overdimensionering van tien tot twintig procent komt dat neer op ongeveer 5,5 tot 6 kWp, dus 12 tot 13 panelen van 450 Wp.
Hoeveel zonnepanelen heb ik nodig voor een warmtepomp en een elektrische auto?
Een warmtepomp voegt ongeveer 3.000 kWh toe en een wagen die 15.000 km rijdt ongeveer 2.550 kWh, samen 13 extra panelen. Reken erop dat de warmtepomp in december verbruikt terwijl je panelen dan amper 3 procent van hun jaaropbrengst halen.
